Belemmeringenwet Privaatrecht

Algemeen
De Belemmeringenwet Privaatrecht (veelal afgekort tot BP) biedt de mogelijkheid om eigenaren en rechthebbenden alsook hun rechtsopvolgers een plicht op te leggen tot het gedogen van bepaalde werken in, op of boven hun eigendom (de zogenaamde gedoogplicht). Meer precies gaat het er bij toepassing van de BP om dat:
  1. de ondernemers van een openbaar werk
  2. de rechthebbende van een onroerende zaak en zijn rechtsopvolger(s)
  3. kunnen verplichten tot het gedogen
  4. van de aanleg/instandhouding (aanwezigheid) of verandering van een (bestaand) werk
  5. in, op of boven de onroerende zaak van de rechthebbende.
Dit gaat dus minder ver dan bij onteigening, waarbij sprake is van de gedwongen ontneming van eigendom. Immers, bij toepassing van de BP kan een eigenaar zijn grond in bezit houden, alleen moet hij een werk in, op of boven zijn grond toestaan. De ondernemers zoals die onder a. worden bedoeld zijn veelal gas-, water- en elektriciteitsbedrijven en overheidsinstanties. De BP geeft geen definitie van het begrip “openbaar werk”. Gelet op de praktijk worden daartoe in ieder geval gerekend allerlei soorten kabels en leidingen, bijvoorbeeld voor het transport van gas, olie, drinkwater, elektriciteit en afvalwater (riolering) en onder- of bovengrondse hoogspanningsleidingen.

Procedure
De in de BP bedoelde plicht tot het gedogen van de aanleg en/of instandhouding van een openbaar werk kan alleen worden opgelegd door de Minister van Verkeer en Waterstaat. Verzoeken moeten dan ook aan deze minister worden gericht. De procedure die zo’n verzoek volgt is lang, onoverzichtelijk en kent een aantal mogelijkheden tot rechtsbescherming bij verschillende rechters (zie ook hierna onder Rechtsbescherming). Daarnaast zijn soms ook nog meerdere beslissingen nodig. Het is namelijk niet altijd zo dat de ondernemer van een werk alleen met een verzoek tot het opleggen van een gedoogplicht kan volstaan. In een aantal gevallen (met name wanneer de ondernemer van een werk een vennootschap is) moet een ondernemer zich eerst tot de Kroon wenden met een verzoek tot het verlenen van een concessie voor de aanleg van een werk en met een verzoek tot het erkennen van het openbaar belang van dat werk. De beslissing tot het opleggen van een gedoogplicht kan bovendien zelf, feitelijk beschouwd, in twee delen uiteen vallen, namelijk de beslissing tot de oplegging van de gedoogplicht als zodanig en de beslissing tot het bij voorraad uitvoerbaar verklaren van die plicht. Deze laatste beslissing houdt in, dat de ondernemer van een werk met de uitvoering daarvan niet behoeft te wachten totdat de gedoogplicht onherroepelijk is.

Rechtsbescherming
Op dit moment kan er vanuit worden gegaan dat tegen besluiten tot verlening van een concessie en de erkenning van het openbaar belang geen rechtsmiddelen openstaan. Recent heeft de Voorzieningenrechter van de Rechtbank Leeuwarden namelijk uitgesproken dat deze besluiten niet gericht zijn op zelfstandige, externe rechtsgevolgen en dan ook niet zijn aan te merken als besluiten in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen de oplegging van een gedoogplicht staat wel rechtsbescherming open en wel bij het gerechtshof. Bovendien kan tegen het eventuele besluit dat de gedoogplicht bij voorraad uitvoerbaar is op grond van de Algemene wet bestuursrecht een bezwaarschrift worden ingediend. Dit bezwaarschrift moet worden ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen. Hier is dat de Minister van Verkeer en Waterstaat. Tegen de beslissing op bezwaar kunnen belanghebbenden dan vervolgens beroep instellen bij de rechtbank en tot slot kunnen zij tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Hangende de beslissing op het bezwaar of hangende de uitspraak van de rechtbank op het beroep kan een belanghebbende ook nog een verzoek om voorlopige voorziening indienen bij de Voorzieningenrechter van de rechtbank. In de fase van het hoger beroep bij de Raad van State kan een dergelijk verzoek worden ingediend bij de Voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Inzet Van der Boom Advies
Van der Boom Advies kan bij toepassing van de BP de volgende diensten aanbieden en verzorgen:
  • advisering over de start en het verloop van de BP-procedure en de afstemming daarvan met andere procedures;
  • advisering over de aanvraag concessie en erkenning openbaar belang en begeleiding en/of daadwerkelijk opstellen van de hiervoor benodigde stukken;
  • advisering over het opstellen van de benodigde stukken voor het BP-dossier en het daadwerkelijk opstellen van de benodigde stukken en/of het begeleiden daarvan;
  • contact met betrokken overheidsinstanties over afstemming procedures en het indienen van de aanvraag concessie, erkenning openbaar belang en op te leggen gedoogplicht(en);
  • leveren van een bijdrage in het kader van de gerechtelijke procedures (opstellen stukken, vertegenwoordiging tijdens de zittingen).