Onteigeningswet

Onteigening algemeen
Onteigening wordt gezien als de meest vergaande inbreuk op het eigendomsrecht. Het betreft namelijk de ontneming van de eigendom van grond of de ontneming van een bepaald recht. Nog scherper gezegd gaat het bij onteigening om de gedwongen ontneming van de eigendom of het recht. Meestal is het een overheidsinstantie (Rijk, provincie, gemeente of waterschap) die het instrument van onteigening inzet, zulks ter behartiging van het algemeen belang. Daarbij kan men denken aan de realisering van een woonwijk, de aanleg van een weg of de verbetering van een dijk. Gelukkig blijkt de inzet van het onteigeningsinstrument in veel gevallen niet (volledig) nodig, omdat de overheid in goed overleg tot overeenstemming komt met de eigenaar van een stuk grond of de gerechtigde ten aanzien van een bepaald recht.

Onteigening mag dan zwaar inbreken op iemands eigendom of recht, tegenwoordig is het ook een geaccepteerd middel om doelen te realiseren. Voor de overheid is onteigening inmiddels een belangrijk onderdeel van het totale grondbeleid geworden. Vanuit dat beleid kan het, ook als het overleg met de eigenaar(en) of rechthebbende(n) nog gaande is, belangrijk zijn om de onteigeningsprocedure in gang te zetten om te verzekeren dat de uitvoering van een werk op tijd kan beginnen. Daarbij dient de overheid echter in alle gevallen te waken voor de juiste inzet van het onteigeningsinstrument, afgestemd op de andere procedures die nodig zijn (bijvoorbeeld voor de aanpassing van een bestemmingsplan) en dient de overheid haar burgers te allen tijde te beschermen tegen een te vroeg en op onjuiste gronden gestarte onteigeningsprocedure.

Bijzondere onteigeningstitels
De Onteigeningswet stamt uit 1851 en is dus inmiddels meer dan 150 jaar oud. Natuurlijk is de wet in al die jaren niet ongewijzigd gebleven. Inmiddels zijn zo’n 100 wijzigingen en aanvullingen doorgevoerd, wat de duidelijkheid en leesbaarheid van de wet geen goed heeft gedaan. In de loop van de tijd heeft de wetgever onder meer via zogenoemde bijzondere titels voor specifieke categorieën van werken toepassing van het onteigeningsinstrument mogelijk gemaakt. Enkele van deze titels worden tegenwoordig niet of nauwelijks meer toegepast. Vier titels vinden echter nog wel regelmatig toepassing, namelijk:
  • Titel II, gericht op onteigening voor de aanleg, het herstel of onderhoud van waterkeringen;
  • Titel IIa, gericht op onteigening voor de aanleg en verbetering van wegen, bruggen, spoorwegwerken, kanalen, havenwerken, werken voor de bestrijding van de verontreiniging van oppervlaktewateren, terreinen en werken voor de luchtvaart en voor de verbetering of verruiming van rivieren;
  • Titel IIc, gericht op onteigening voor de winning van oppervlaktedelfstoffen;
  • Titel IV, gericht op onteigening voor de realisering of handhaving van bestemmingsplannen, de uitvoering van bouwplannen en de uitvoering maatregelen of handhaving op het terrein van de volkshuisvesting, de stads- en dorpsvernieuwing, de Woningwet en de Opiumwet.

Administratieve onteigeningsprocedure
De procedure zoals die in de Titels II, IIa, IIc en IV van de Onteigeningswet is geregeld staat bekend als de administratieve onteigeningsprocedure. Het betreft de eerste fase van de onteigeningsprocedure. De tweede en laatste fase is de gerechtelijke onteigeningsprocedure.

In de administratieve onteigeningsprocedure draait het om de totstandkoming van het voor de uiteindelijke onteigening benodigde besluit. Bij de toepassing van de hiervoor genoemde titels gaat het dan om een koninklijk besluit. Dat betekent dat de onteigenende overheidsinstantie (gemeente, provincie, waterschap of Rijk) zich met een verzoek om onteigening ter uitvoering van een bepaald werk (Titels II, IIa en IIc) of met een verzoek om goedkeuring van een besluit van de gemeenteraad tot onteigening (Titel IV) moet richten tot de Kroon. Concreet betekent het, dat een verzoeker om onteigening zich tot de verantwoordelijke minister moet wenden met een verzoek tot het tot stand brengen van een koninklijk besluit. In geval van toepassing van de Titels II, IIa en IIc van de Onteigeningswet is dat de Minister van Verkeer en Waterstaat. In geval van toepassing van Titel IV is de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verantwoordelijk.

Voorafgaand aan de totstandkoming van het koninklijk besluit moeten de onteigeningsstukken met een ontwerp van het besluit gedurende zes weken ter inzage liggen. Belanghebbenden kunnen de stukken en het besluit in die periode inzien en kunnen binnen deze periode eveneens op grond van de Algemene wet bestuursrecht zienswijzen over de voorgenomen onteigening naar voren brengen. Deze zienswijzen moeten worden ingediend bij de minister die uiteindelijk verantwoordelijk is voor de totstandkoming van het koninklijk besluit. De wet voorziet ook in de mogelijkheid om belanghebbenden te horen (via een hoorzitting of individueel). Tot slot moet de Raad van State over het ontwerp van het te nemen besluit worden gehoord, waarna het koninklijk besluit, rekening houdend met het advies van de Raad, tot stand komt.

Op basis van het koninklijk besluit is er nog geen sprake van onteigening. Het besluit verschaft de onteigenende partij alleen een titel om de eigenaren en rechthebbenden voor de rechter te dagvaarden. Met de dagvaarding start de zogeheten gerechtelijke onteigeningsprocedure. Eerst in die procedure spreekt de rechter (de rechtbank) de onteigening uit en met de inschrijving van het vonnis gaat de eigendom pas echt over. Tevens bepaalt de rechter in deze procedure de hoogte van de schadeloosstelling.

Inzet Van der Boom Advies
Van der Boom Advies kan in de administratieve onteigeningsprocedure de volgende diensten aanbieden en verzorgen:
  • advisering over de start en het verloop van de administratieve onteigeningsprocedure en de afstemming daarvan met andere procedures;
  • advisering over het opstellen van de benodigde stukken en de samenstelling van het onteigeningsdossier, inclusief het daadwerkelijk opstellen van de stukken en/of het begeleiden daarvan;
  • overleg met bij de onteigening betrokken overheden (zoals bijvoorbeeld gemeenten in verband met de planologische inpassing van een project en overleg met “de Kroon” over de indiening en afhandeling van een verzoek om onteigening);
  • ondersteuning en begeleiding van de administratieve onteigeningsprocedure vanaf de voorbereiding tot de start van de gerechtelijke onteigeningsprocedure,
  • • begeleiding en bewaking van het (minnelijke) aankoop- en onderhandelingstraject in de vorm van aansturing/begeleiding van grondaankopen (bijvoorbeeld coördinatie van aankopen, dossiervorming en het stellen en bewaken van prioriteiten).